Routekaart Chemie

'Sluis opbrengst emissiehandel door naar innovatiefonds'

25 Apr 2013

De VNCI vindt dat de chemische industrie gecompenseerd moet worden voor de stijgende energiekosten als gevolg van het ETS. Bas Eickhout, Europarlementariër voor GroenLinks, heeft een beter idee: steek de opbrengsten van de emissiehandel in een innovatiefonds. “Daarmee kan de chemische industrie zich richten op het ontwikkelen van doorbraaktechnologie, want anders gaan we de lange termijndoelen voor CO2-uitstoot niet halen.”

ETS, het Europese systeem voor handel in CO2-rechten, werkt niet goed. Er is een overschot aan CO2-rechten. Volgens Bas Eickhout, analytisch chemicus, milieukundige en Europarlementariër voor GroenLinks, staat het systeem op omvallen. In een filmpje op YouTube maakt hij zich boos op zijn collega-parlementariërs, omdat zij dat niet willen inzien.

 “In feite is er op dit moment geen markt voor CO2-rechten en dus ook geen handel”, legt hij uit aan Chemie Magazine. “Er is een overschot aan CO2-rechten in de orde van twee miljard ton. Dat er überhaupt nog een prijs wordt gemaakt, komt omdat investeerders vermoeden dat de politiek iets gaat doen. Een voorbeeldje: gisteren stemden we in het Europarlement over een niet-wetgevend rapport over de Europese energievoorziening in 2050. Een van de stemmingen ging over een voorstel voor toekomstige emissiehandel. Nadat dat met drie stemmen verschil was aangenomen, schoot de prijs van CO2 met 20 procent omhoog. Later ging die weer omlaag, maar die reactie laat wel zien hoe nerveus de markt is.”

Je kunt je afvragen of er straks nog wel een markt is.

“Inderdaad. Daarom maakte ik me zo boos in dat filmpje. Een aantal parlementsleden wil om ideologische redenen niet ingrijpen in de markt voor CO2-rechten, maar als er in fase drie, die in 2013 is begonnen, weer bijna een miljard nieuwe rechten worden geveild, is er helemaal geen markt meer. De structurele hervorming, die zij bepleiten, is noodzakelijk, maar daar kunnen we niet op wachten. Er moet nu iets gebeuren om het systeem in de benen te houden, want over een jaar is het stuk.”

De Europese Commissie stelt voor om de veiling van bijna een miljard nieuwe CO2-rechten uit te stellen te 2018. Goed idee?

“Voor nu is dat het maximaal haalbare, maar het is natuurlijk niet de oplossing, omdat we dan over vijf jaar weer aanlopen tegen een overvoerde markt. Die extra CO2-rechten moeten helemaal niet meer op de markt komen. Met uitstellen van de veiling koop je alleen maar tijd, daarmee los je het fundamentele probleem van het overschot aan CO2-rechten niet op.”

Wat moet er dan gebeuren?

“Er zijn structurele hervormingen nodig. We hebben, mede dankzij de economische crisis, de CO2- doelstellingen voor 2020 al gehaald. De meeste simpele oplossing om nieuwe schaarste en daarmee ook een markt voor CO2-rechten te creëren, is het aanscherpen van je CO2-doelstelling voor 2020. Niet 20 procent reductie, maar 30 procent. Dat zou inhouden dat je  minstens anderhalf miljard aan rechten uit de markt haalt in de periode tot  2020. Daarnaast moet de  jaarlijkse uitstoot – de lineaire reductiefactor - niet met 1,4 procent per jaar gemiddeld dalen, maar met 2,5 procent. Dat is meer in lijn met de doelstellingen voor 2050, namelijk een reductie met 80 procent. Door te koersen op 2050, bied je de industrie ook meer zekerheid.”

Straks trekt de conjunctuur weer aan en worden bedrijven geconfronteerd met CO2-rechten die de pan uitrijzen. Dat geeft ook niet echt zekerheid?

“Er moet meer flexibiliteit in het systeem, zodat je het kunt aanpassen aan de conjuncturele ontwikkeling. In Australië hebben ze dat gedaan, door een Commissie van Wijzen in te stellen, die elk jaar het lopend gemiddelde vaststelt van de jaarlijkse reductiefactor voor een periode van vijf jaar. Heel verstandig natuurlijk om dat met een apart commissie uit de politieke sfeer te halen, maar ik vrees dat zoiets in Europa niet gaat werken. Ik zie de discussies al voor me over wie er in die commissie mag en of wel alle lidstaten zijn vertegenwoordigd. Nee, vergroting van de flexibiliteit zal toch moeten komen van de Europese Commissie, maar ook dat zie ik niet snel gebeuren. Eurocommissaris Conny Hedegaard (van de Deense Det Konservative Folkeparti, met de portefeuille Klimaat – red.) en vooral haar ambtenaren zijn zo verknocht aan het huidige systeem dat ze het niet snel zullen aanpassen.”

De VNCI vindt dat de chemische industrie als energiegebruiker gecompenseerd moet worden voor de stijgende energiekosten als gevolg van het ETS. Hoe kijkt u daar tegenaan?

“Er is een ongelooflijk verschil tussen de energie-opwekkers die de kosten van CO2-uitstoot kunnen doorberekenen aan hun klanten en de energie-intensieve industrie, die dat niet zomaar kan vanwege de internationale concurrentie. Daarbij moet ik meteen aantekenen dat het ETS de industrie nog vrijwel niets heeft gekost vanwege het overschot aan rechten, maar dat neemt niet weg dat er een weeffout in het systeem zit.”

“In plaats van direct compenseren, zou ik de opbrengsten van het ETS door willen sluizen naar een nationaal innovatiefonds. Nu komt het geld terecht bij de minister van Financiën met de vage belofte om de helft te besteden aan klimaatmaatregelen, maar wie controleert dat? Met het geld uit het innovatiefonds kan de chemische industrie zich richten op het ontwikkelen van doorbraaktechnologie, want anders gaan we de lange termijndoelen voor CO2-uitstoot niet halen.”

De chemische industrie is niet tegen zo’n innovatiefonds.

“De VNCI heeft inderdaad gezegd daar voorstander van te zijn, maar tegelijkertijd reageert de industrie ongelooflijk defensief. Ze zijn bijvoorbeeld formeel tegen het voorstel om de veiling van CO2-rechten op te schorten.”

Misschien omdat ze zenuwachtig worden van de lage gasprijs in de Verenigde Staten?

“Daar kan ik me iets bij voorstellen, maar het is nog lang niet zeker dat die gasprijs ook zo laag blijft. Schaliegas is ook wel een hype. Mocht het gas lange tijd goedkoop blijven, dan zal in de Verenigde Staten de druk toenemen om het exportverbod op te heffen, waardoor ook hier de prijzen gaan dalen. Maar dat is koffiedik kijken. Waar het mij om gaat is de lange termijn economische agenda van Europa, en daarbij moeten we niet proberen om te concurreren op lage energiekosten.”

Waarom niet? We hebben hier ook schaliegas?

“Zelfs als we in Europa zouden besluiten om schaliegas te winnen, dan nog zal de gasprijs niet zo laag worden als in de VS. Ten eerste omdat we minder voorraden hebben. Ten tweede omdat we dichter bevolkt zijn, waardoor hogere eisen worden gesteld aan milieu en veiligheid. De energieprijs in Europa zal dus altijd hoger zijn dan in de VS. Ook op arbeidskosten kunnen we niet concurreren en daarom moeten we het hier vooral hebben van innovatie. Voorop lopen bij vernieuwing, daar liggen voor Europa de beste kansen en dat zou ook de insteek moeten zijn van de chemische industrie.”

Waar liggen de kansen voor innovatie? Biobased?

“Biobased wordt heel belangrijk en het mooie is dat Nederlandse bedrijven daarin voorop lopen. Tegelijkertijd moet je zien te voorkomen dat je concurreert met voedselproductie. Daarom ben ik ook niet gelukkig met het omzetten van biomassa in elektriciteit. Het is zelfs schadelijk, ook al omdat de biobased economie daardoor in een kwaad daglicht komt te staan. Afgezien daarvan hadden we die kolencentrales natuurlijk nooit moeten bouwen. Nu staan de schonere en efficiëntere gascentrales stil, terwijl gas juist cruciaal is de komende jaren.”

Hoezo? GroenLinks zet toch in op duurzame bronnen?

“Juist daarom. Gascentrales kunnen de variabiliteit van duurzame bronnen opvangen. De combinatie van gas en duurzaam is zo belangrijk de komende twintig, dertig jaar dat ik vind dat we daar apart beleid op moeten voeren. Het energiebeleid is nu beperkt tot het stimuleren van duurzame energie en de emissiehandel. Er moet een EU-energievisie komen, waarbij duurzaam en gas elkaar de komende decennia aanvullen in een transitie naar volledig duurzaam.”

Kan de biobased economie wel van de grond komen als gas relatief goedkoop beschikbaar is?

“Het is niet slim om biomassa af te breken tot eenvoudige moleculen, zoals etheen, die je ook uit gas kunt halen. In deze overgangsperiode moet je juist de toegevoegde waarde benutten van de complexe biologische moleculen die de natuur ons aanreikt. Dat is al moeilijk genoeg. Het omgaan met grondstoffen waarvan de productie afhankelijk is van seizoen en klimaat vraagt om een fundamenteel andere manier van werken.”

Tot slot, hoe kijkt u aan tegen het topsectorenbeleid?

“Het is jammer dat de biobased economie een onderdeeltje is van de topsector chemie. Het probleem is dat we in Nederland geen keuzes durven te maken. Daarom hebben we nu negen topsectoren en achttien topconsortia, waarvan biobased er een is. Ik heb niks tegen topsectoren, maar als ik het voor het zeggen had zouden het er hooguit drie zijn: water, logistiek en biobased. De andere topsectoren kunnen zichzelf wel redden; daar hebben ze de overheid niet voor nodig.” 

CV

Bas Eickhout is Europarlementariër voor GroenLinks. Hij houdt zich bezig met de dossiers klimaat, Europees financieel toezicht, dierenwelzijn, voedsel en landbouw en met de Europese begroting. Hij studeerde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (nu Radboud Universiteit) scheikunde en milieukunde. Als klimaatwetenschapper bij het Planbureau voor de Leefomgeving , schreef hij mee aan het vierde assesmentrapport van het IPCC (VN-klimaatpanel), dat in 2007 hiervoor de Nobelprijs voor de Vrede ontving. Vanaf 2005 was hij namens GroenLinks afgevaardigde bij de Europese Groene Partij. Binnen GroenLinks schreef hij mee aan diverse verkiezingsprogramma's en was betrokken bij de campagne voor het referendum over de Europese grondwet.

Bron: Chemie Magazine, april 2013